De afgelopen dagen een paar keer op 'good old Mexican fashion' het loodje gelegd. Toch ook waren het ook leuke dagen, voor het eerst in 6 jaar weer naar het strandhuis van mijn oma geweest, ontzettend relaxed en ontspannend, zo vanuit het huisje het privéstrand op banjeren en met uitzicht op een eilandje op iets meer dan een kilometer de zee in. Veel gelezen (Sherlock Holmes: The Hounds of Baskerville, The Junglebook en een deel van Robinson Crusoe) en gerelaxed. Helaas heb ik maar 2 keer op en neer naar het eilandje kunnen kayakken, omdat ik na een paar dagen mijn rug flink had bezeerd bij een poging om een palmboom in te klimmen.
Na al deze koetjes en kalfjes begon de pret toen ik de auto van Bertha leende om daarmee naar Sayulita te rijden, een klein dorpje met heel veel gringo's en een onbeschrijfelijke vibe. De surf is er erg goed, het strand smal met op 10 meter van het water meteen allemaal kleine winkeltjes en restaurantjes op elkaar gepropt, het dorp heeft veel hoogbouw (3 verdiepingen) met een kleine plaza straatjes vol met dronken amerikanen, spirituele lui, jongelui, ouwelui, surfers, allemaal in een niet al te grote vallei met niet veel plek, en geprobeerd om daar dan toch alles in te proppen. Mooie schone straten lopen van het strand het dorp in en toen ik er zo rondliep was het moeilijk een euforisch gevoel te onderdrukken. Na een veggieburger en een bezoek aan de lokale markt en kermis ging ik bijtijds weer terug naar Guayabitos, om Bertha en Mario niet te lang van hun nachtrust te ontdoen.
Op de pikdonkere weg kwam ik al snel achter een vrachtwagen van Bimbo-brood waarvan een ziekelijk wit beertje me met een grimas aanstaarde. De weg was bochtig en de vrachtwagen had 2 aanhangers en ik wachte geduldig mijn kans af om de dodemansinhaalmanoeuvre uit te voeren. Op een gegeven moment gaf de vrachwagen mij het teken van een inhaalkans en na een korte check was ik het met hem eens. Plankgas begon ik de vrachtwagen in te halen, helaas was dit automatische autotje van 12 jaar oud flink stug afgesteld en het leek alsof ik Nike air max zolen moest platdrukken om de gewenste snelheid te halen. Huiveringwekkend langzaam passeerde ik de twee aanhangers en ondertussen kwam de heuveltop met mogelijke verassingen erachter bangmakend dichtbij te komen. Ik had nog 6 meter van de vrachtwagen in te halen en er begonnen lichten vanachter de heuvel de mist op de top van de heuvel te verlichten. Met angstzweet en billen in een notenkraker wist ik het gaspedaal met een uiterste krachtinspanning op de grond te krijgen en met duizelende snelheid wist ik net tussen met tegenligger en de vrachtwagen vol sponsbrood naar de vrijheid ontglippen. merkwaardig was dat de auto mij als beloning voor mijn uitzonderlijke verhandelingen twee rode lampjes gaf als dank: remmen en accu. Voordat ik had kunnen bedenken wat dat betekende vloog ik nog steeds goed op tempo de volgend bocht uit want blijkbaar was er niet meer genoeg stroom in het autotje om de stuurbekrachtiging aan te zwaaien. Alsof ik iemand de nek om aan draaien was sjorde ik aan het stuur bocht in, bocht uit, en gelukkig had ik ondertussen gemerkt dat ik met mijn meer dan 100 km per uur over de mexicaanse nevelige tropenweggetjes toch nog wel op mijn remmen kon vertrouwen. Toen ik eindelijk het nekomdraaien zo goed en zo kwaad als het ging onder de knie had begon ik tijd te hebben om na te denken over de niet directe maar wel bijna directe gevolgen van de 2 indringend brandende lampjes. Er moest iets met de dynamo zijn en dat betekende dat ik een beperkte hoeveelheid kon rijden voordat de auto stilviel, maar nog leuker de lampen van de auto onverbiddelijk het leven zou laten, net zoals ikzelf filosofeerde ik. Met matige snelheid en argusogen op het dashboard reed ik verder en bereikte ik uiteindelijk het strandhuis.
De volgende dag ging Mario naar de garage om het euvel te verhelpen, maar op de acculading haalde hij het noet tot aan de werkplaats 2km verderop en strande op klaarlichte dag op de doorgaande weg...
Dit alles goed en wel overleefd was het weer tijd om het paradijselijke tropenstrand te verlaten en naar de grote stad terug te gaan. Mario reed, ik naast hem en op de achterbank lag de oma te snurken. Af en toe kwam ze uit haar sluimerstand tot leven om Mario zijn wel al dan niet verdiende portie afzeiken te geven waarna het geweeklaag geleidelijk overging in een nieuwe snurksessie. Op een gegeven moment op een stuk weg wat de woeste naam "plan de barancas" (canyonroute) droeg zat ik zoals ik wel vaker deed nauwlettend mee te kijken met de stuurmanskunsten van Mario die ook niet meer de jongste is, en onder dat ik mij verbaasde dat hij niet in zijn linkerspiegel had gekeken voor zijn baanwissel zag ik dat hij zeer grof zonder enig besef een pick-up aan het snijden was die zich al halverwege de auto bevond. Ik roepen naar Mario en wijzen en even voor de handigheid vergeten wat ik nou moest zeggen, en ondertussen bedenken dat er een zwaarbeladen vrachtwagen op 50 meter achter ons ook diezelfde helling afbulderder en er gingen 2 of 3 seconden voorbij gevolgd door een doffe klap. Mijn leven ging niet aan me voorbij en we reden -katholiek gezegd- godzijdank verder waarop Bertha wakkerschrok en autoritair inlichtingen vroeg over de toedracht van de verstoring van haar schoonheidsdutje. Mario was hysterisch en ontkende dat het zijn schuld was dat er een botsing was geweest. Hij was vastbesloten om meteen te zien wat de schade was en Bertha commandeerde me dat ik de nummerplaat van de andere auto moest opschrijven die ik niet had gezien. Dus stopten we op de halve vluchtstrook met een colonne woeste vrachtwagens achter ons die met moeite de auto wisten te ontweijken die half op de rechterbaan stond omdat de vluchtstrook gewoonweg niet breder was. Bertha en Mario stapten daar uit en gingen op de rechterrijbaan staan kijken wat voor krasjes en verfbeschadigingen het gevolg was van de fortuinlijke ontsnapping aan erger terwijl meer vrachtwagen hun bast moesten doen om deze twee dwaze lui niet tot flensjes te maken. We reden verder en kwamen achter de auto te rijden die met ons had gebotst waarop ik alsnog de nummerplaat moest opschrijven. 2 km verder was er een (veilige) parkeerplaats waar de betreffende auto stopte en wij dus ook en Mario wou weten waarom die man in godsnaam tegen ons was gebotst (ik had me nog steeds niet over zijn schuld uitgesproken uit angst voor de hysterische uitval van Bertha) en die man legde vriendelijk maar resoluut de echte toedracht uit waarbij hij op het linkerspiegeltje wees en vroeg die in het vervolg wél te gebruiken. Hierop begon mario aan zijn onschuld te twijfelen en in te zien dat hij in de fout zat waardoor hij helemáál van zijn apropot werd gebracht en hij een zeer onzekere factor op de weg werd. Ik vroeg hem daar op de parkeerplaats of ik verder zou rijden maar dit kon hij niet accepteren en ik legde me erbij neer dat ik de rest van de weg mijn leven in zijn handen moest leggen.
Uiteindelijk toch nog in Guadalajara aangekomen opdat ik dit kon schrijven. Maar toch maak ik dit soort avonturen niet graag vaker mee. Groetjes voor jullie in Nederland en voorzichtig op de weg!
Stuur door
Dit is niet OK